Nog
Da’s best een rare titel.
En als ik het een paar keer herhaal, is het zelfs een raar woord: nog nog nog…
Hoe kom ik erop?
Nou, de aanleiding was een opmerking van iemand tijdens de koffiepauze van de dansles waar ik van de week was. Eén van de danslessen om precies te zijn, ik dans op meerdere dagen op meerdere locaties. Dat is zo’n beetje mijn alternatief voor sporten of fitness en – tot mijn eigen verbazing – hou ik zo’n les best lang vol.
Ik hoef er niet bij te tillen, duwen of trekken, er komen geen toestellen of andere hulpmiddelen aan te pas. Hoewel…muziek is in dit geval het hulpmiddel. Het ritme neemt me mee in beweging en werkt bij mij als aanzwengelende kracht, zeg maar.
Maar goed, ik dwaal af!
Terug naar de koffiepauze met een traktatie van een van de dansers die jarig was. Er werd naar haar leeftijd gevraagd en vervolgens gingen we het rijtje af: Hoe oud ben jij? Tsja, zo gaat dat.
Ik bleek één van de jonkies met een zes als eerste cijfer van mijn leeftijd.
Er werd gepraat over ouder worden en de ongemakken die daarbij om de hoek loeren.
En toen zei iemand naast mij: Mijn vader is op hoge leeftijd en zit momenteel in de nog-fase.
Wat zeg jij nou? De nog-fase, wat is dát nou weer? vroeg ik verbaasd.
“Oh, dat is heel simpel hoor,” antwoordde ze, “Hij kan nog fietsen. Hij kan zich nog zelf aankleden. Hij kan de veters van zijn schoenen nog strikken. Hij kan zelfs nog een beetje koken.”
Ik moest er hartelijk om lachen. Zo had ik ‘nog’ niet eerder bekeken.
Later thuis, gingen de radertjes in mijn hoofd draaien. Het woord ‘nog’ kun je dus verbinden aan het ouder worden. Is er dan ook zo’n woord voor als je jong bent?
Daar hoefde ik niet lang over na te denken, want ja, dat is er. Het woordje Al.
Ik kan me levendig voorstellen dat kleine kinderen zich in de al-fase bevinden.
Daarvoor hoef ik alleen maar mijn (achter)neefjes en nichtje voor de geest te halen.
Waar de ene al naar school gaat, kan de andere al brabbelen, kan al zelf zitten en heeft al tandjes. Dat laatste is dan weer grappig in tegenstelling tot ouderen: die hebben nog tandjes (en als het meezit nog van zichzelf).
Het is natuurlijk maar gekheid om nog en al aan een leeftijdsfase te verbinden – al kan het wel.
Met nog wordt bij een tijdsaanduiding bedoeld: tot nu toe. Ook duidt het aan dat iets voortduurt: Hij slaapt nog (steeds).
Als iets in de toekomst gaat gebeuren, dan hebben we het over: Dat komt nog.
Maar nog kan ook een (extra) hoeveelheid aangeven: Wil je nog een kopje koffie?
Kortom: een veelzijdig woordje dat nog!
Het woord ‘al’ heeft in het Nederlands voornamelijk de betekenis van ‘eerder dan verwacht’, zoals in: Ben je er nu al?
Of het is een aanduiding: iets is al begonnen of is al gebeurd.
Maar ook geeft al ‘totaliteit’ aan: Ik heb al mijn geld uitgegeven.
Hm, niet zo’n geslaagd voorbeeld… dan deze maar (die is net zo eerlijk): Ik heb al mijn boeken in de kast opgeruimd.
Van ‘al’ kan ik nog wel meer voorbeelden geven. En dat heeft dan alles te maken met mijn Indische roots. Al is daar multifunctioneel inzetbaar, vooral kort-maar-krachtig in gebruik.
Het staat onder andere voor:
Kláár!
Genoeg!
Geregeld!
Laat maar!
Ik heb er geen zin meer in.
Ik hoef niet meer.
Hou op, schei uit!
(Indo’s onder ons: vergeet ik nog iets? Of al? 😉 )
Bij het woordje ‘nog’, denk ik nu spontaan aan mijn moeder. In mijn gedachten hoor ik haar stem, als we met z’n allen rond de tafel zitten te eten:
Neem nog.
Er is nog meer.
En terwijl ik aan de grote tafel zit te schrijven, schrik ik op als Don binnenkomt. Hij doet het licht aan. “Wat zit je hier in het donker! Zeg… gaan we al eten? Of zit je nog te schrijven?”
Gut… is het al zó laat?
Ik moet nog koken –al weet ik nog niet precies wat.
Eerst mijn blog nog even doorlezen…
Hmm. Jeetje… is het niet een saaie lap tekst geworden?
Zal ik nog iets aanpassen… of laat ik het hierbij?
Dat laatste dan maar.
Al.
Ontdek meer van bonblog
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
