Authentiek?
Boven de aankondiging van een streekmarkt lees ik:
De authentieke smaak van vroeger.
Dan volgen er woorden als: Puur. Ambachtelijk. Natuurlijk. Eerlijk. Smaakvol. Regionaal.
Zou het waar zijn? Want zeg nou zelf: wat is tegenwoordig nog écht authentiek? Bedenkelijk trek ik mijn wenkbrauwen op.
En nu ik ze toch noem: mijn wenkbrauwen zijn dat dus niet. Door het vele epileren in de jaren tachtig zijn het eigenaardige frutsels geworden met hier en daar een kale plek. ’s Morgens probeer ik er met wat wenkbrauwpoeder nog enigszins model in te brengen. Soms lukt het, soms niet. En dan lijk ik de hele dag op Bert – of was het Ernie?
Authentiek. Het woord laat me niet los, dat heb ik wel eens meer…
Authentiek: echt, oorspronkelijk, betrouwbaar en gelijk aan het origineel.
Ik denk aan mijn allereerste autootje: een Mini 850. Als mijn zusje haar huidige Mini ernaast zou parkeren, zou ik denken: Allemachtig, hoezo authentiek?
Die van haar lijkt zowaar een SUV! Of nou ja, hij is flink uit de kluiten gewassen, en mijn oude 850 zou er haast twee keer in passen – bij wijze van spreken.
Als ik naar mezelf kijk, constateer ik dat ik geen ‘echte Sluizer’ ben. Ook al woon ik inmiddels ruim tweeëndertig jaar in Maassluis – waar ik me beslist thuis voel – maar dat telt blijkbaar niet.
Nee, als we het over authentiek hebben, dan ben ik een Haarlemse. Dat is mijn geboorterecht. Met Haarlem als geboorteplaats sta ik in officiële documenten geregistreerd. Een bijkomstig feitje is dat ik daardoor ook de geuzennaam ‘mug’ heb meegekregen.
De meest logische verklaring is dat Haarlem vroeger omringd werd door veen, moeras en het IJ. Een ideale broedplaats voor muggen, waardoor de stad in vroeger tijden nogal eens met muggenoverlast kampte.
Maar goed… dat was even een zijsprongetje.
Over authentiek valt veel te schrijven. Ik probeer te voorkomen dat dit een al te ‘van de hak op de tak’-verhaal wordt. Daarom blijf ik even bij het wonen in Maassluis.
Ik bedoel dan niet zozeer de stad zelf, maar het appartementencomplex waarin Don en ik wonen.
In eerdere blogs heb ik al eens geschreven over onze woongemeenschap. In het jaar 2000 is deze woonvorm voor 50-plussers opgericht: negenentwintig huishoudens onder één dak. Ieder met een eigen voordeur, maar met het idee om het leven samen te delen en samen ouder te worden. Dat klinkt misschien groots, maar in de praktijk is het juist heel licht.
Het is dat ene kopje koffie.
De helpende hand als de boodschappen even te zwaar zijn.
Het praatje in de wandelgangen.
Het is naar elkaar omkijken zonder de privacy te verliezen.
Samen het leven delen in alle seizoenen, in een gemeenschap waar ruimte is voor verschil, voor vreugde maar ook voor gemis. Of je nu een stille of een luidruchtige buur bent – iedereen voegt een eigen kleur toe aan het hier wonen.
We zijn er voor elkaar als het nodig is, maar lachen vooral ook met elkaar als het kan. Is dat geen mooi ideaalbeeld?
En toch vraag ik me de laatste tijd af: hoe houd je dat authentieke in stand? Dat is misschien wel de vraag die altijd opkomt wanneer de oprichters van destijds er niet allemaal meer zijn. Hoe bewaak je zoiets? Hoe zorg je ervoor dat een woning door ‘de erven’ niet alleen verkocht wordt aan de hoogste bieder, maar ook aan iemand die zich kan vinden in dezelfde gedachte?
Een huis kun je verkopen, maar een gedachte moet telkens opnieuw worden doorgegeven.
Misschien werkt authenticiteit wel net als een oud recept.
Het staat ergens op papier, maar het blijft alleen bestaan als iemand het blijft maken.
Zo is het met een woongemeenschap eigenlijk ook.
Niet alleen wonen onder één dak, maar af en toe de deur openen voor elkaar.
En vooruit… als geboren Haarlemse mug kan ik dan natuurlijk moeilijk afsluiten zonder een klein authentiek recept. (Met dank aanNederlands Bakkerijmuseum Het Warme Land)
Voor Haarlemmer Halletjes.
(brosse, krokante koekjes, rond en plat van vorm, gebakken van gekruid deeg, die al gebakken worden sinds 1693)
Ingrediënten voor ca 25 koeken
– 125 gram zachte boter
– 225 gram bruine basterdsuiker
– 12 gram gemalen kaneel
– 5 gram gemalen kruidnagelen
– 120 gram water
– 375 gram Zeeuws bloem, gezeefd
– 12 gram bakpoeder, gezeefd
Werkwijze
Meng in een kom de boter, de suiker, kaneel en kruidnagel en voeg al werkende, het water toe. Voeg bloem en bakpoeder toe en kneed dit tot een egaal deeg.
Minimaal 1 uur laten rusten in de koelkast.
Deeg uitrollen. Rondjes uitsteken van ca. 6 cm doorsnede of deegbolletjes van ca. 30 gram maken en deze platdrukken.
Deegrondjes op een bakplaat leggen en bakken in een voorverwarmde oven op 190 ºC gedurende 10 minuten. Laten afkoelen op een rooster.
gerelateerde blogs:
– Wherever I lay my hat
– Op de schop
Ontdek meer van bonblog
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
