Stiekem schrijven
Bij mij roept dat meteen iets geheimzinnigs op.
Het voelt bijna als fluisteren: Ssst zachtjes, anders horen niet-bedoelde oren ook wat ik zeg.
Stiekem schrijven: kleine letters, zodat toevallige voorbijgangers niet direct kunnen lezen wat er staat. Of: gewoon normale grootte schrijven, maar dan ergens achteraf in een hoekje van de kamer. Het liefst ook nog beschut. Schemerlicht, veel planten om je heen of een grote vaas met bloemen op tafel waarachter je je kunt verschuilen.
“Vrouwen die schrijven leven gevaarlijk” is de titel van een boek dat daarover gaat.
Bedankt voor de tip/verwijzing, Aagje! (want jij zette een linkje naar dit boek onder mijn eerste blog van dit jaar).
Toen ik de tekst op de achterflap van het boek las, wilde ik er beslist meer over weten. Dan vind ik het een sport om het internet af te struinen om een boek tweede(of meerdere) hands te kunnen kopen. Gelukt!
Het boek portretteert schrijvende vrouwen van de 12e tot de 21ste eeuw.
Vrouwen moesten in die tijd gewoon maar kinderen op de wereld zetten en grootbrengen. Zij werden lange tijd niet geacht boeken te schrijven. (Alleen dat al doet mijn nekharen kriebelen)
Van Jane Austen werd bijvoorbeeld gezegd, dat ze stiekem schreef aan een tafeltje in een kamer waarvan de deur piepte. Zodra ze het gepiep hoorde, verstopte ze snel haar vellen papier. En als ze toch betrapt werd, hield ze vol dat ze een boodschappenlijstje aan het opstellen was.
Met dit in mijn achterhoofd kijk ik een tikje anders naar mijn favorieten Sense and Sensibility en Pride and Prejudice, wetende dat dat verfilmingen zijn van Jane’s boeken die zij rond 1810 -in het geniep- schreef.
Ik zou niet zo 1-2-3 weten wanneer ik zelf voor het laatst iets stiekem heb geschreven.
Wel een keer iets ondeugends, herinner ik me, maar dat is niet hetzelfde als stiekem. Sterker nog, ik durfde het daarna gewoon hardop voor te lezen.
Als ik verder graaf in mijn geheugen, komt mijn eerste dagboekje tevoorschijn – die van de titelfoto. Ik kreeg het toen ik een jaar of tien was, een klein, fijn exemplaar mét een slotje en twee sleuteltjes. Ik schreef er eerst alledaagse dingetjes in en al gauw vertrouwde ik mijn meidengeheimen eraan toe.
Tot ik op een dag een van de sleuteltjes miste. Haast onmogelijk, ik bewaarde die altijd op dezelfde plek dus kwijtraken kon niet.
Het zou toch niet zo zijn dat iemand anders ‘m heeft gepakt? Neejjj… natuurlijk niet!
Maar op een dag werd mijn vermoeden bevestigd.
Ik sloeg mijn boekje open op een nieuwe bladzijde en tot mijn verbazing stond daar al iets geschreven. Zie je wel, iemand anders heeft mijn reservesleuteltje!
Algauw las ik wiens naam onder het berichtje stond. Het was weliswaar lief en goedbedoeld, maar vanaf dat moment voelde ik me toch ‘begluurd’ en verstopte ik mijn dagboekje steeds op een andere plek.
De jaren daarna heb ik talloze schriftjes en soms wat luxere notitieboekjes vol geschreven en het voelde nooit echt ‘in het geheim’. Ik kan me er dan ook haast niets bij voorstellen dat er een tijd is geweest dat schrijven wel stiekem moest.
Het lijkt me vreselijk als ik een schrijfverbod opgelegd zou krijgen en mijn gedachten, frustraties of verhaaltjes niet meer op mag schrijven. Alsof mijn mond gesnoerd wordt en ik geen stem mag hebben. Brrr….
Misschien is dat wel de reden dat ik nog steeds graag schrijf. Niet omdat het stiekem moet, maar omdat het mág.
Omdat ik mijn woorden niet hoef te verstoppen achter een vaas met bloemen.
Gewoon zichtbaar aan tafel, met daglicht en koffie, zonder piepende deuren.
En mocht er iemand meekijken….dat mag best hoor, leuk zelfs!
Dit keer is het geen boodschappenlijstje.
Ontdek meer van bonblog
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


Lieve Betje,
Blijf jij maar lekker doorschrijven, gelukkig niet stiekem en mag het gewoon… jij zou het niet eens kunnen laten en flappert de letters, woorden en zinnen zo uit je mouw.
Wat fijn dat we mee mogen kijken!
🙏🏻💗
Liefs Aagje