Op dag één gevonden
In 1969 verhuisden wij voor de laatste keer als gezin. Rechtstreeks vanuit de Achterhoekse boerenklei doorkruisden we Nederland om aan de andere kant te gaan wonen in De Glazen Stad.
Dat was in die tijd nog dé benaming voor Het Westland. Niet zo vreemd, want vrijwel overal waar je keek stonden glazen kassen. We keken onze ogen uit. Zóveel glas hadden we nog nooit gezien.
Overigens heet het Westland zo, omdat het vroeger bestond uit kleine gebieden die aan de westkant van Delfland lagen.
Maar genoeg aardrijkskunde…
Ik wil er eigenlijk alleen maar mee zeggen dat ik daar dus op mijn twaalfde geïmporteerd ben. Ik moest er een nieuwe start maken. Een nieuwe omgeving, een nieuwe school, nieuwe contacten leggen, vrienden maken…
Dat laatste is goed gelukt, kom ik zo op terug!
Op de dag van onze verhuizing, speelden mijn zusje en ik buiten in de achtertuin van ons nieuwe huis. Na een lange rit waren verhuizers, onze ouders en een paar van onze ooms druk in de weer met sjouwen, schoonmaken, uitpakken en inrichten.
Tegen etenstijd werden wij eropuit gestuurd met wat kleingeld. “Ga maar kijken of jullie in de buurt iets kunnen vinden, misschien is er wel ergens patat of zo.”
We staken de straat over, kwamen in een speeltuin terecht, gingen een poortje door, kwamen in een andere straat… En wonder boven wonder, daar stond inderdaad een patatkraampje.
‘t Puntje, op dag één gevonden.
Wie had ooit kunnen denken dat die plek zo’n belangrijke rol zou spelen in mijn jeugdjaren. Nee: ónze jeugdjaren moet ik zeggen.
Eerder schreef ik in in mijn blog “Back to the future” al hoe ’t Puntje de spil van onze jeugd werd. Het was onze vaste ontmoetingsplek waar een hechte vriendengroep ontstond, en ik vertel er over hoeveel impact die gedeelde jeugd tot op de dag van vandaag op ons heeft.
We hielden ons 12,5 jarig jubileum bij ‘t Puntje (weliswaar vernieuwd en op een andere locatie) en later, ook hier, 25 jaar vriendschap.
Vlak na de coronaperiode weken we uit naar een op dat moment ‘toegestane locatie’, waar we 50 jaar “vrienden van” vierden.
En als klap op de vuurpijl…. afgelopen zaterdag organiseerden we een reünie 55 jaar “vrienden van”. Hoe bijzonder is dat?
Dit keer terug op honk bij Cafetaria ‘t Puntje, nu in beheer van de dochter van de eigenaren uit onze jeugd. Zij bood spontaan aan om onze reünie bij haar te houden. Ook uit nieuwsgierigheid, want zij kent ons alleen uit de vele verhalen die haar vader vertelde.
Op een handjevol na waren we er allemaal: zo’n achtentwintig oude vrienden.
Het gekke is, sommigen van ons zien elkaar zelden. We zijn immers allemaal uitgewaaierd en niet iedereen woont meer in hetzelfde dorp. Iedereen heeft zijn en haar eigen leven verder met familie en vrienden opgebouwd.
Tot iedereen een uitnodiging voor een reünie ontvangt.
Dan komen we weer opdagen en lijkt het als vanouds.
Met z’n allen duiken we terug in de tijd… vijfenvijftig jaar geleden… alsof het gisteren was.
Verhalen worden opgehaald. Weet je nog toen…?
Er wordt gelachen en de ene herinnering leidt dan weer tot een andere. En wat te denken van al die “o ja!”-momenten?
Wat hadden we een leuke jeugd. En wat hebben we die intens beleefd, realiseren we ons nu achteraf.
Heerlijk toch, als je dat samen kunt delen en herinneringen kunt ophalen?
Heel even waren we weer de pubers van toen.
Wie had op die eerste dag, toen mijn zusje en ik op zoek werden gestuurd naar een patatje, kunnen bedenken dat we daar -behalve patat- misschien wel onze vrienden voor het leven zouden vinden?
Ontdek meer van bonblog
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

