Allround? Of gewoon mezelf?
Ik heb een haat-liefdeverhouding met talentenjachtprogramma’s op TV.
Niet alleen om het zoveelste format, maar ook om de soms voorspelbare jurylid-clichés. Of wat dacht je van die irritante reclames tussendoor!
Natuurlijk kan ik de uitzending op een later tijdstip zónder onderbrekingen terugkijken. Maar meestal is de verrassing er op social media dan al lang vanaf gekletst door (zelfbenoemde) kenners met hun oeverloos uitgekauwde commentaar.
Bovendien kijk je anders als je de jurering én de uitslag al op voorhand weet.
Toch maak ik één uitzondering, dat is voor Project Dans. Natuurlijk gaat dat over dansen, duh! In deze afvalrace strijden vooraf al geselecteerde danstalenten onder andere om de titel ‘Beste allround danser’. Elke week duiken ze in een nieuwe stijl, die een professionele choreograaf uitdiept en daar begint voor mij de fascinatie.
Ik vind het leuk om te zien hoe dansers volledig uit hun comfortzone stappen voor het aanleren van een totaal andere dansstijl dan die ze gewend zijn.
Zij doen het om te winnen. Maar terwijl ik kijk, vraag ik me af: waarom zou je eigenlijk een allrounder willen zijn? Ik bedoel in het algemeen hè.
Leren en ervaren is prachtig, maar maakt ‘veelzijdig’ je ook altijd ‘vakbekwaam’?
Anders gezegd: je kunt van alle markten thuis zijn, maar dat wil nog niet zeggen dat je dat kunt overbrengen op een ander – als dat al de bedoeling is.
Daar komt doorgaans meer bij kijken dan (met alle respect) ‘alleen voordoen’.
Zelf heb ik me vanaf mijn dertiende, toen ik met klassiek balletlessen begon, ook in verschillende andere vormen van dans verdiept, vooral uit nieuwsgierigheid. Dan hoorde ik bij dans- of sportscholen over een nieuwe danshype, of soms zag ik op TV choreo’s in muziekvideoclips voorbij komen. Zou ik dat ook kunnen? dacht ik dan.
Degenen die mij kennen, weten het zo onderhand wel: Ja ja, Pippi Langkous-Groenewout gaat zoiets natúúrlijk ondervinden, want: nog nooit gedaan, dus ik denk weer eens dat ik het wel kan.
Klopt! Maar ik deed het altijd puur voor mezelf met als doel om te leren en ervaren. Vooral ook omdat ik het leuk vond, maar niet om er iets mee te winnen.
Zo ontdekte ik, dat bepaalde stijlen niet aan mij zijn besteed.
Tapdansen bijvoorbeeld, dat zit beslist niet in mijn genen. Mijn voeten slaan op hol en het getap van mijn lakschoentjes klinkt luid hoorbaar, irritant en hardnekkig uit de maat.
Laat maar!
Voor iedereen een enorme opluchting dat ik daar tijdig mee ben gestopt.
Tegenwoordig is mijn behoefte om me aan andere of nieuwe dansstijlen te wagen afgenomen. De belangstelling is er nog wel hoor! Maar op een bepaald moment wist ik wel wat bij me past en vooral ook: waar ik me happy bij voel. Dat komt niet alleen door de vele ervaringen, ook de jaren tellen mee.
En, niet geheel onbelangrijk: bij mij spelen mijn lichamelijke beperkingen een grote rol.
Springen zul je mij niet meer zien doen. Ik wil mijn kunststof ‘matje’ maar graag op de plek houden waar die geplaatst is als bekkenbodem en liever niet op de vloer 😉
Geen ge-hiphop dus en zeker geen breakdance. Och…. ik herinner me dat ik na zo’n les onder de blauwe plekken zat.
En als we het toch over blauwe plekken hebben, die had ik ook na een lesje paaldansen . Whoehahaha, dat was letterlijk een blauwe maandag!
(jemig, een mens doet maffe dingen in zijn leven…)
Maar hee, het was eigenlijk niet mijn bedoeling om zo lang te blijven hangen in dansstijlen.
Het was meer als aanloop bedoeld naar ‘leren’ en ‘ervaren’ in het algemeen.
Want wanneer heb je eigenlijk genoeg geleerd?
En misschien nog wel belangrijker: voor wie moet dat dan voldoende zijn?
Moet je werkelijk van alles een beetje kunnen?
Of is het juist de kunst om te erkennen: dit past bij mij — en dat niet?
Zelf dacht ik lange tijd dat “leren” automatisch betekende dat ik er beter van werd. Breder, veelzijdiger, completer. Maar toen heb ik dat beeld ergens onderweg bijgesteld.
Voor mij zit de waarde van leren inmiddels ergens anders.
Niet zozeer in het verzamelen van vaardigheden, maar meer nog in het herkennen van jezelf.
En in voelen: hier klopt het, hier niet.
Misschien is dat wel het grootste verschil met die talentenjachtprogramma’s op de TV, waar alles draait om beter te zijn dan de ander.
Terwijl het in het ‘echte’ leven veel interessanter is om dichter bij jezelf te komen.
Dus nee, ik hoef geen allrounder te zijn.
Geen alleskunner.
Geen winnaar.
Ik ben gewoon iemand die iets doet wat bij me past.
Met vallen, opstaan en af en toe een blauwe plek…
Ontdek meer van bonblog
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
