Een goede buur

Een goede buur

30 april 2026 0 Door Bonnie

De wind blaast een zweem van een geur mijn richting op. Ik denk die onmiddellijk te herkennen als: sigaar!

Als ik vanaf onze parkeerplaats doorloop en de bosjes passeer, wordt mijn vermoeden bevestigd.
“Aha! Betrapt!” plaag ik. “Dag buurman, zit je lekker een sigaartje te roken?”
Verschrikt kijkt hij op.

Eén van mijn buurmannen zit op zijn rollator op de stoep langs de weg. Daar hebben anderen geen last van hem en hij niet van anderen. Nou ja, dat wil zeggen, totdat ik met mijn Rollz aan kom wandelen en die naast hem parkeer.
Weg rust 😉

Hij kijkt me aan en knijpt zijn ogen samen, maar aan de pretstreepjes ernaast zie ik meteen dat hij er lol in heeft.
“Gezellig dat je even bij me komt zitten,” grijnst hij breed.

Ooit was hij zelf ook breed – zo schat ik in. Sowieso heeft hij een behoorlijk postuur: een lange man. Maar de jaren laten hun sporen zichtbaar achter. Hij heeft aardig wat ingeleverd, qua gewicht, en ook laat zijn lichaam hem af en toe in de steek. De laatste tijd wat vaker.
Toen hij nog geen jaar geleden bepakt en bezakt op zijn scooter stapte, oogde hij best nog flink. Maar ik realiseer me nu dat zijn verpakking een hoop verdoezelde. Zoals de mijne dat bij mij ook doet…. tsja, vertel mij wat.

Nu zit hij daar, broos, en moppert even over het achteruitgaan van zijn fysieke conditie. Heel even maar. Dan herpakt hij zich en neemt een haal van zijn sigaartje. Hij blaast een wolkje de lucht in en zegt:
“Maar kijk ons hier nou zitten! Ge-wel-dig toch? Heerlijk hè, zo even een praatje. En mijn sigaartje natuurlijk, daar geniet ik altijd van. Lekker even buiten.” 

Inderdaad: kijk ons daar zitten, de rollatorbrigade.
We zijn ons allebei bewust van onze kwetsbaarheid en lichamelijke gebreken, maar hebben die even aan de kant gezet om te genieten van het moment. 

Ik luister graag naar zijn verhalen van vroeger, toen hij nog jong was en aan boord van een groot schip werkte. Dan twinkelen zijn ogen. Hoe grappig is het, dat zijn link met de zee vandaag het shantykoor is, waar hij wekelijks bij zingt. 

Zo simpel kan het zijn: aanschuiven, meesnuiven, babbeltje.
Het hoeft niet altijd groots te zijn.

De wind steekt op.
Het wordt nu wel erg frisjes.
“Zullen we maar naar binnen gaan?” opper ik, terwijl ik al aanstalten maak.
Wankelend komt hij overeind, schuifelt naar de afvalbak en mikt zijn peukje erin.

In het atrium stappen we de lift in.
Hij stapt uit op de eerste verdieping.
“Ik vond het leuk!” roept hij nog, vlak voordat de liftdeuren achter hem sluiten en ik doorzoef naar de tweede.

Mijmerend wandel ik naar huis, over de loopbrug waaraan de felrode geraniums hangen, die Don dit jaar wel heel erg goed heeft onderhouden. Zijn vingers zijn duidelijk groener dan de mijne.

We mogen blij zijn dat we hier wonen.
Als ik ’s avonds weleens laat thuis kom en de schuifdeuren van het atrium achter me sluiten, voelt het veilig.
Misschien niet eens alleen door het gebouw zelf… maar door wie er allemaal wonen.

Voor ons geldt met recht:
Beter achtendertig goede buren, dan één verre vriend.


Ontdek meer van bonblog

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.